Over transformatieve coaching en waarom dit juist nú belangrijk is

We hebben onszelf de afgelopen, pak ’m beet, tweehonderd jaar aardig voor de gek gehouden. Sinds de industriële revolutie vleugels kreeg, zijn we gaan geloven in de maakbaarheid van vrijwel alles en is niet alleen ons handelen, maar ook ons denken gemechaniseerd. Ook zijn we ons ook steeds verder gaan specialiseren, waardoor we de verbanden uit het oog zijn verloren. Ze werden onzichtbaar, maar verdwenen niet. En nu komen we er met een schok achter dat alles met alles samenhangt. Dat het is zoals de Schots-Amerikaanse natuuronderzoeker en milieufilosoof John Muir schreef: “Wanneer we er één ding uit pikken, komen we erachter dat dit ene ding vastzit aan al het andere in het universum”. De complexiteit waarmee we nu opeens worden geconfronteerd, wordt gedefinieerd door de onderlinge interacties tussen die ‘dingen’. En juist die interacties zijn in ons denken tussen de wal en het schip gevallen. Om ze te kunnen zien, moeten we opnieuw leren kijken — onze vaste overtuigingen opzijzetten en opnieuw leren kijken.

Een “flaw” in het model van de wereld

Dat dit niet eenvoudig is, blijkt wel uit het voorbeeld van de Amerikaanse econoom en voormalig voorzitter van het Federal Reserve (‘The Fed’), Alan Greenspan. Toen hij in 2008, vlak na het begin van de kredietcrisis, door een commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden werd ondervraagd, zei Greenspan dat hij een fout had gevonden in wat hij veertig jaar lang had beschouwd als het model voor hoe de wereld werkt .

Greenspan, bepaald geen domme man, is een goed voorbeeld van waar lineair denken, opgesloten zitten in een systeem dat geen verbinding meer heeft met het grotere geheel en een eenzijdig wereldbeeld toe kunnen leiden. Zelfs toen hij de “flaw” had ontdekt, was het niet meer dan een weeffout in een verder goed werkend systeem, aldus Greenspan.

Greenspan is zeker niet uniek. We zien zijn manier van denken — rechtlijnig, modelmatig en verheven boven enige twijfel — overal en op ieder niveau terug in onze samenleving. Bij de overheid, in de politiek en ook in directiekamers.

Wat weet ik eigenlijk?

Maar in plaats van ‘lineair, modelmatig en zeker’ hebben we juist leiders nodig die het tegenovergestelde belichamen. Die verder kijken dan hun directe belangen en onmiddellijke omgeving. Leiders die patronen zien, grenzen slechten en verschillen overbruggen. Die zélf denken.

Dit is niet iets wat je even snel leert. Het is geen kwestie van het aanleren van nieuwe of verdiepen van bestaande vaardigheden. Of het herstellen van een een weeffout. Dit gaat om het veranderen van diepgewortelde overtuigingen en generalisaties waarmee we de wereld interpreteren. En dat is misschien wel het moeilijkste dat er is. Het vereist dat we onze stelligheid, ons ‘zeker weten’, inruilen voor twijfel en nieuwsgierigheid. Dat we vraagtekens durven zetten bij wat we weten of denken te weten. Net als de 16-eeuwse Franse essayist en filosoof Michel de Montaigne die zijn levensmotto samenvatte in de vraag que sais-je? Wat weet ik? Zijn essays zijn een voortdurende zoektocht naar de essentie van wat hij waarneemt én van zichzelf.

Transformatieve coaching is precies dat: een voortdurend onderzoeken en bevragen om door te kunnen dringen tot de kern — tot iemands ‘zijn’. Dit is een ruimte van licht en schaduw, van angst en vreugde, van beperkingen en grote mogelijkheden. En hoewel uiteindelijk alle manieren van coaching het zelfbewustzijn bevorderen, gaat transformatieve coaching verder: het stelt mensen in staat de structuren die aan de basis liggen van hun zelfgevoel (wie ze denken dat ze zijn) te onderzoeken om vervolgens, door een verkenning van het ‘zijn’, te groeien naar hogere niveaus van zelfbewustzijn (wie ze willen zijn).

Verticale ontwikkeling

In mijn werk als transformatieve coach laat ik mij, naast kunst, filosofie en humanistische vorming (Bildung), inspireren door Robert Kegan’s Theory of Adult Development en Susanne R. Cook-Greuter’s Theory Of Vertical Growth And Meaning Making. Wat deze maar ook andere constructieve ontwikkelingstheorieën gemeen hebben, is het inzicht dat de cognitieve systemen waarmee wij onszelf, anderen en de wereld zien en doorgronden met de tijd kunnen groeien en veranderen. Dit is een discontinu proces met verschillende fasen die worden gekenmerkt door kwalitatieve verschillen in bewustzijn en steeds grotere niveaus van complexiteit van het denken. En hoewel de ontwikkeling van bepaalde vermogens, zoals specifieke emoties of denkwijzen, in iedere fase een duidelijk begin- en eindpunt heeft, is er geen exact moment aan te wijzen waarop die vermogens verschijnen of verdwijnen. Al lijken sommige soorten denken, voelen of gedrag plotseling op te treden, het is aannemelijk dat ze zich geleidelijk ontwikkelen in ons onderbewustzijn. Het is bovendien goed te beseffen, dat je eerdere fasen nooit achterlaat. Ze zijn en blijven in je verankerd als jaarringen van een boom.  

We noemen dit ook wel zelf-actualisatie of verticale ontwikkeling. Anders dan horizontale ontwikkeling gaat het hier niet om het toevoegen van meer kennis en meer vaardigheden (om wat we weten), maar om hoe we weten. Naarmate we onszelf verticaal ontwikkelen, zien we de wereld niet langer in tweedelingen en zwart-wit-tegenstellingen. We hebben geleerd verschillen te accepteren en zoeken naar wat ons (ver)bindt in plaats van wat ons (onder)scheidt. We houden onze overtuigingen ‘losjes vast’ en kijken vanuit verschillende invalshoeken, zonder direct een oordeel klaar te hebben. Ook aanvaarden we dat we niet overal een antwoord op kunnen of moeten hebben. De Engelse dichter John Keats noemde dit negatief vermogen: in staat zijn “te verkeren in onzekerheden, mysteriën, twijfels zonder enig geprikkeld reiken naar feit en rede.” Keats verzette zich tegen de drang om de werkelijkheid terug te brengen tot generalisaties en versimpelingen in een poging haar te verklaren.

 

Wat we volgens de Franse wetenschapper en filosoof Blaise Pascal nodig hebben is een intuïtieve geest, een esprit de finesse. Waar de wiskundige geest (esprit de géométrie) het denken vat in abstracte principes, laat de intuïtieve geest ruimte voor complexiteit en diversiteit. Iets wat alleen maar belangrijker wordt, nu we ons lijken te bevinden in een historische overgangsfase tussen twee tijdperken. Een fase waarin de hele modaliteit van het menselijk bestaan verandert, van economie en politiek tot cultuur en zelfs onze leefomgeving. In deze chaotische en onzekere tijd houden de oude structuren niet langer stand, terwijl de nieuwe nog niet zijn uitgekristalliseerd. Dit maakt de noodzaak tot verticale ontwikkeling — om je bewust te worden wie je bent, volgens welke waarden je wilt leven en hoe je je verhoudt tot anderen — groter dan ooit.

 

 

Wie kies ik te zijn?

Als transformatieve coach ondersteun ik mensen bij deze bewustwording. Ik nodig hen uit tot zelfonderzoek — tot het verkennen en bevragen van hun overtuigingen, beelden en interpretaties over wie ze zijn en hun doel en plaats in de wereld. Leidend is de vraag wie kies ik te zijn? en het coachingsproces is gericht op het leren en doen wat nodig is om te groeien naar de belichaming van die keuze. Dit proces leidt tot fundamentele veranderingen in het diepste van iemands ‘zijn’. Het gaat geleidelijk en is voor iedereen anders.

 

En hoewel iedereen verticaal kan groeien, werk ik met senior executives die tegen hun grenzen aanlopen. Ze zijn gaan twijfelen aan hun kunnen, veelal omdat de manier waarop ze denken, besluiten nemen, wat ze belangrijk vinden in hun werk en hun leven, en hoe ze zich verhouden tot de wereld en de mensen om hen heen, onder druk staat. Wat ze altijd deden werkt opeens niet meer en ze moeten op zoek naar nieuwe manieren, maar hun cognitieve systemen houden hen tegen.

 

Een andere terugkerende reden is een diep gevoelde innerlijke behoefte aan betekenis en een antwoord op de vraag wat wil ik zélf? Wat vind ik belangrijk? Hoe zorg ik ervoor dat ik niet word geleefd door anderen? Dat ik de wereld in al haar diversiteit door mijn eigen ogen kan zien?

 

Wat de aanleiding ook is, transformatieve coaching is altijd een existentiële zoektocht naar nieuwe manieren van ‘zijn’ en wat nodig is om die te kunnen belichamen. Een zoektocht die je niet alleen in staat stelt te groeien in je rol als senior executive, maar ook, en dat is misschien nog wel belangrijker, te groeien in wie je wilt zijn als mens.

 

  “I found a flaw in the model that I perceived as the critical functioning structure that defines how the world works”. (Alan Greenspan in antwoord op een vraag van de voorzitter van de House Committee on Oversight and Government Reform, Henry Waxman; Washington D.C., 23 oktober 2008).

De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer schreef in zijn verzameling van gedachten, getiteld Parerga und Paralipomena (1851): “Iedereen ziet de grenzen van zijn eigen gezichtsveld als de grenzen van de wereld. Dit is een dwaling van het intellect die even onvermijdelijk is als de dwaling van het oog die ons laat denken dat hemel en aarde elkaar aan de horizon ontmoeten.”

CONTACT

Wil je meer weten over mijn werk of een mogelijke samenwerking verkennen, neem dan gerust contact op. Misschien kunnen we een wandeling maken of een museum bezoeken. Maar er is hoe dan ook tijd voor een ongehaast gesprek.