top of page

Leiderschap en multiperspectiviteit: de architectuur van verticale groei 

In dit essay onderzoek ik hoe Robert Kegans adult-developmenttheorie licht werpt op de vraag wat leiderschap vraagt in een tijd van fundamentele onzekerheid.

Complexiteit laat zich niet graag temmen. Hoe harder we proberen haar te beheersen, hoe nadrukkelijker ze zich aan ons onttrekt. We ontleden, ordenen en verklaren, in de hoop grip te krijgen op wat ons overkomt, maar telkens blijkt de werkelijkheid anders dan onze modellen hadden voorspeld. Dat is geen tekortschieten van ons denkvermogen, maar een aanwijzing dat we de wereld benaderen met een manier van denken en met instrumenten die ontworpen zijn voor een eenvoudiger tijd.

 

De werkelijkheid waarin leiders vandaag hun weg moeten vinden, is vloeibaar. [1] En in deze nieuwe werkelijkheid volgen veranderingen elkaar sneller op dan we ze kunnen duiden, lossen vertrouwde zekerheden op en bestaan meerdere, soms zelfs tegenstrijdige waarheden naast elkaar. (Natuurlijk legt niet elke ‘waarheid’ evenveel gewicht in de schaal en ook zijn veel ‘waarheden’ niets anders dan krampachtig vastgehouden opinies.) Wie in zo’n context leidinggeeft, kan zich niet langer verlaten op één dominant perspectief of wereldbeeld. Wat nodig is, is het vermogen om patronen te zien in plaats van losse gebeurtenissen en om de spanning tussen de verschillende perspectieven te kunnen verdragen.

 

Deze multiperspectiviteit (het vermogen om uiteenlopende of conflicterende gezichtspunten tegelijk vast te houden, te begrijpen en met elkaar in gesprek te brengen, zonder de reflex om er onmiddellijk één tot het juiste te verklaren) lijkt op het eerste gezicht vooral een kwestie van houding of keuze. Als we maar bereid zijn meer stemmen toe te laten, nuance te verdragen en onzekerheid niet meteen weg te willen nemen. Maar hier stuiten we op een dieper probleem. Wie ooit geprobeerd heeft in een spanningsvolle situatie, bijvoorbeeld wanneer belangen botsen of waarden onder druk komen te staan, écht anders te kijken, weet hoe beperkt onze keuzevrijheid in het moment is. We willen misschien wel ruimte maken voor andere perspectieven, maar merken dat we hierin worden geremd.

 

Wat ons belemmert, is zelden een gebrek aan intelligentie. Het is subtieler en hardnekkiger dan dat. De manier waarop we betekenis geven aan wat er gebeurt, vormt zich in de loop van ons leven tot een vanzelfsprekend kader waarbinnen we denken, voelen en handelen. Onze aannames, overtuigingen en identificaties bepalen wat logisch lijkt, wat spanning oproept en wat buiten ons blikveld valt. Omdat dit kader zo nauw samenvalt met ons zelfbeeld, ervaren we het niet als iets wat we hebben, maar als iets wat we zijn. Precies daarom laat het zich in complexe situaties zo moeilijk losmaken of bevragen.

 

De Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Robert Kegan biedt een taal om dit fenomeen te begrijpen. In zijn adult-developmenttheorie maakt hij onderscheid tussen datgene waarmee we betekenis geven (het subject) en datgene waar we betekenis aan kunnen geven (het object). Ontwikkeling, zo stelt Kegan, voltrekt zich wanneer wat ons eerst onbewust stuurde, geleidelijk onderwerp van reflectie wordt. Pas wanneer we dat wat ons vasthoudt kunnen zien, ontstaat er ruimte om het in verhouding te plaatsen tot andere perspectieven. [2]

 

Vanuit dit perspectief is multiperspectiviteit geen cognitieve vaardigheid, maar een ontwikkelingsvraagstuk. Het vermogen om meerdere werkelijkheden tegelijk te dragen hangt samen met de mate waarin we ons eigen perspectief niet langer als vanzelfsprekend beleven, maar als één van een veelheid aan mogelijke gezichtspunten. Leiderschapsontwikkeling, en daarmee ook transformatieve coaching, raakt daarmee aan de kern van volwassenwording zelf.

Robert Kegans adult-developmenttheorie

Kegan heeft decennialang onderzoek gedaan naar hoe volwassenen kunnen groeien in hun manier van denken en betekenisgeven. Volgens hem gaat deze groei niet over het verzamelen van meer kennis, maar over diepgaande verschuivingen in hoe we de wereld waarnemen.

 

In zijn adult-developmenttheorie onderscheidt hij vijf ontwikkelingsstadia of orders of consciousness. [3] Zelf geef ik de voorkeur aan Jennifer Garvey Bergers benaming forms of mind. [4] Deze forms of mind vertegenwoordigen een evolutie van iemands cognitieve en emotionele ontwikkeling. Het zijn kwalitatieve verschuivingen in de manier waarop we onszelf, de ander en de wereld bekijken.

 

Vrijwel iedereen doorloopt de eerste drie ontwikkelingsstadia zonder er erg in te hebben en ‘eindigt’ als jong volwassene met een socialised form of mind. In dit ontwikkelingsstadium worden je zelfbeeld en overtuigingen gevormd en beïnvloed door de verwachtingen, normen en waarden van je sociale omgeving. Je kijkt als het ware naar jezelf en de wereld door de ogen van je peergroep.

 

Maar wanneer je voor jezelf wil denken, los van je sociale omgeving, zal je een eigen innerlijk kompas moeten ontwikkelen dat richting geeft aan je keuzes en handelingen. In deze fase groei je naar een self-authoring form of mind. Je ziet nu steeds beter de perspectieven van anderen, maar gebruikt die met name om je eigen standpunten te versterken of verstevigen; niet om die te herzien.

 

Hoewel deze groei noodzakelijk is — zonder eigen kompas ben je verloren in de storm van tegenstrijdige verwachtingen — biedt het onvoldoende houvast om de complexiteit en onvoorspelbaarheid van de wereld te kunnen doorgronden. Zodra je tegen deze beperking aanloopt of wanneer je op zoek gaat naar een diepere betekenis in je leven, voorbij doelen en prestaties, en je de behoefte voelt jezelf te zien als een deel van een groter geheel, begint de groei naar een self-transforming form of mind. Dit is zeker geen existentiële luxe, maar een  logische reactie op een werkelijkheid die ons dwingt verder te denken dan onze eigen perspectieven en belangen. 

 

Niet iedereen doorloopt alle stadia die Kegan onderscheidt. [5] De meeste mensen kunnen volwaardig functioneren met een socialised form of mind en ervaren nooit de behoefte of aanleiding tot verdere ontwikkeling. Ze zijn daarmee niet minder dan mensen met een self-authoring of self-transforming form of mind. Kegans theorie is nadrukkelijk geen competitie of hiërarchische classificatie. Het ontwikkelingsproces verloopt bovendien voor iedereen anders. En hoewel het verleidelijk is te denken dat je eerdere stadia ontgroeit, bouwt elk stadium voort op eerdere stadia. Ze zitten dus allemaal in je, als een set matroesjkapoppetjes die elkaar omvatten in plaats van vervangen.

 

De socialised mind: leven door andermans ogen

Een HR-directeur checkt, voordat ze een beslissing neemt, eerst bij de CEO: “Wat vind jij dat ik moet doen?” Dit lijkt verstandig (soms is dat het ook), maar vaak zit er iets anders achter, zoals ook in dit voorbeeld: het eigen oordeel en besluitvorming van de HR-directeur worden namelijk in hoge mate gevormd door externe verwachtingen.

 

Dit voorbeeld laat zien hoe de meeste mensen functioneren. En eerlijk is eerlijk, in veel organisaties werkt dat uitstekend. Die bieden duidelijke kaders, expliciete normen en herkenbare rolverwachtingen; een omgeving waarin iemand met een socialised mind floreert. Zij voelen intuïtief aan wat er van hun verwacht wordt en bewegen zich soepel binnen bestaande structuren. Maar in een tijd waarin organisaties zich moeten verhouden tot vraagstukken waarvoor geen draaiboek voor handen is, loopt deze manier van betekenisgeven tegen grenzen aan. In vergaderingen klinkt dat door in opmerkingen zoals “Maar dat is toch altijd zo gegaan hier?” of het veel gehoorde “Ik weet niet of de organisatie daar klaar voor is”. De organisatie fungeert hier als een abstract strategisch en moreel kompas, en ervan afwijken roept onzekerheid en angst op. Niet omdat er geen ideeën zijn, maar omdat een idee dat buiten de heersende consensus en cultuur valt, ook het eigen zelfbeeld onder druk zet. Iemand met een socialised mind kijkt immers naar zichzelf als door de ogen van de groep.

 

Hetzelfde mechanisme speelt bij morele oordeelsvorming. Wat goed of fout is, wordt primair bepaald door de normen van de omgeving. Wanneer iemand met een socialised form of mind wordt geconfronteerd met een ethisch dilemma, is de eerste vraag zelden wat vind ik hier eigenlijk zélf van, maar eerder wat vindt de organisatie of wat is gebruikelijk in onze sector? Het morele bewustzijn is niet afwezig, maar extern georiënteerd. Dat wil zeggen: de ethiek van de groep is de eigen ethiek.

 

Deze houding maakt deze leiders tot betrouwbare en loyale teamspelers. In contexten waarin afstemming, consistentie en sterke groepsbinding cruciaal zijn, zoals hoogrisicosectoren met strikte protocollen of organisaties met een uitgesproken cultuur, zijn ze doorgaans zeer effectief. Hun gevoeligheid voor relaties en verbondenheid maakt hen uitstekende bruggenbouwers en cultuurdragers. Tegelijkertijd kent deze form of mind een schaduwzijde. Zo zal iemand zich tijdens een reorganisatie of veranderingstraject eerder vastklampen aan bestaande structuren; niet uit onbegrip voor de noodzaak van verandering, maar omdat de eigen identiteit nauw verweven is met het huidige systeem. Veranderingen van of in dat systeem, kunnen dan al snel worden ervaren als inbreuken op die eigen identiteit.

 

Maar juist wanneer de kaders beginnen te wankelen, begint de beweging richting een een self-authoring mind. Als een organisatie conflicterende verwachtingen uitspreekt, rolmodellen fundamenteel van mening verschillen of morele standaarden van de omgeving botsen met wat iemand innerlijk als juist ervaart, dringen zich vragen op zoals: wie ben ik los van de verwachtingen van anderen? Welke waarden zijn werkelijk van mij? En durf ik daarnaar te handelen, ook als dat spanning oproept? Dit kantelpunt is het begin van een nieuwe verhouding tot de normen en verwachtingen. Het is echter een eenzame fase: de beweging naar een eigen kompas kan voelen als een vorm van verraad aan de groep. Het loslaten van de gedeelde waarheid voelt als het verbreken van de loyaliteit die tot dan toe de basis van je identiteit vormde.

 

De self-authoring mind: architect van het eigen verhaal

Een Chief Strategy Officer presenteert een strategisch plan met overtuiging: “Dit is de richting die we op moeten.” Wanneer collega’s tegenargumenten aandragen, luistert hij aandachtig, maar blijft uiteindelijk bij zijn oorspronkelijke koers. “Ik heb hier goed over nagedacht en dit is wat we nodig hebben.” Het plan is weloverwogen, coherent en duidelijk verankerd in zijn eigen visie.

 

De self-authoring form of mind markeert een fundamentele verschuiving van externe naar interne sturing. Leiders in dit ontwikkelingsstadium hebben een eigen identiteit en waardesysteem ontwikkeld dat richting geeft aan hun keuzes en handelen. Ze zijn niet langer primair afgestemd op verwachtingen van buitenaf, maar fungeren als auteurs van hun eigen verhaal. Je hoort deze manier van betekenisgeven terug in uitspraken zoals “Volgens mijn analyse…” of “Mijn ervaring leert dat…”. Het eigen referentiekader is leidend. Feedback wordt serieus genomen, maar beoordeeld op de vraag of deze past binnen de bestaande visie. Zo niet, dan wordt zij terzijde geschoven. Andere perspectieven dienen vooral ter bevestiging of aanscherping van het eigen standpunt, niet om het fundamenteel te herzien.

 

Ook moreel hebben self-authoring leiders een helder innerlijk kader ontwikkeld. Wanneer zij geconfronteerd worden met een ethisch dilemma, bijvoorbeeld of een winstgevende divisie moet worden gesloten vanwege ernstige milieuschade, toetsen zij dit niet langer aan groepsnormen (socialised), maar aan hun eigen, interne waardensysteem. “Dit strookt niet met mijn waarden” of “Hier trek ik een grens” zijn uitspraken die hierbij passen. Het morele oordeel is principieel, consistent en innerlijk verankerd.

 

Dit vermogen om een eigen koers te varen maakt deze leiders bijzonder effectief in het leiden van verandering. Ze functioneren goed in contexten die autonomie, verantwoordelijkheid en persoonlijke visie waarderen. De consistentie tussen wat zij zeggen en doen schept vertrouwen en in tijden van verandering en onzekerheid bieden zij richting en stabiliteit.

 

Tegelijkertijd kent deze form of mind een duidelijke schaduwzijde. Bij een fusie kan iemand blijven vasthouden aan zijn eigen methodiek, ook wanneer blijkt dat de andere organisatie vanuit een fundamenteel andere logica opereert. “Zij moeten begrijpen dat dit de beste aanpak is.” Het idee dat meerdere perspectieven tegelijk waardevol kunnen zijn en dat juist de spanning daartussen nieuwe mogelijkheden kan openen, blijft buiten beeld. Wat ooit bevrijdend was, kan zo verharden tot rigiditeit.

 

De beweging richting een self-transforming mind ontstaat vaak wanneer deze leiders geconfronteerd worden met vraagstukken waarvoor hun zorgvuldig opgebouwde denkkader onvoldoende blijkt. Systemische dilemmas zonder eenduidige oplossing, botsende waarheden die allemaal legitiem zijn of situaties waarin vasthouden aan eigen principes leidt tot nieuwe problemen. Dan dringen zich vragen op zoals: wat zijn de grenzen van mijn huidige wereldbeeld? Hoe kan ik trouw blijven aan mijn waarden en tegelijk openstaan voor fundamentele herziening?

 

Het is vaak in deze fase van bewustwording en ontwikkeling dat mensen actief ondersteuning zoeken bij hun verdere groei. Waar coaching voor self-authoring leiders zich vaak richt op het versterken van hun autonomie en visie, gaat het bij transformatieve coaching om het helpen herkennen van de grenzen van hun huidige denkkader. Het introduceren van meervoudige perspectieven en paradoxen is niet bedoeld om hen te verwarren, maar om een meer genuanceerd wereldbeeld te ontwikkelen — een die erkent dat verschillende en tegenstrijdige waarheden naast elkaar kunnen bestaan. Dit geldt ook voor ethische vraagstukken: niet elk moreel dilemma heeft één juist antwoord dat ‘als vanzelf’ voortvloeit uit een rijtje principes. Soms vragen situaties om het kunnen houden van meerdere, elkaar tegensprekende morele overwegingen tegelijk.

 

De self-transforming mind: dansen met paradoxen

In een strategische discussie pleit een Chief Marketing Officer voor snelle groei, terwijl de CFO inzet op consolidatie. In plaats van te kiezen, zegt de CEO: “Beide perspectieven raken iets essentieels. De spanning tussen groei en stabiliteit is geen probleem dat we moeten oplossen, maar een realiteit waarmee we moeten werken. Hoe kunnen we deze spanning voor ons laten werken?”

 

Deze reactie typeert de self-transforming form of mind. Waar de self-authoring leider nog zocht naar het juiste systeem of de beste visie, ziet de self-transforming leider dat elk systeem per definitie onvolledig is. Men valt niet meer samen met het eigen gelijk, maar ziet het eigen wereldbeeld als slechts één van de vele mogelijke kaarten van het gebied. Wat voorheen subject was — de eigen identiteit en visie waar men doorheen keek — is nu object geworden: een perspectief waar de leider op kan reflecteren en dat hij in verhouding kan plaatsen tot andere zienswijzen.

 

Deze fundamentele verschuiving brengt een enorme openheid met zich mee. Conflicten worden niet langer gezien als hindernissen, maar als bronnen van informatie. De waarde van een tegenovergesteld standpunt wordt niet alleen rationeel begrepen, maar werkelijk geïntegreerd. Dit geldt bij uitstek voor morele oordeelsvorming. Neem het dilemma van een farmaceutisch bedrijf dat een levensreddend medicijn tegen kostprijs beschikbaar kan stellen in arme landen, terwijl dit de winstgevendheid en toekomstig onderzoek onder druk zet. Iemand met een socialised mind vraagt: “Wat is het beleid?” De self-authoring mind hanteert duidelijke, eigen principes, bijvoorbeeld mensenlevens gaan boven winstgevendheid. De self-transforming mind ziet daarentegen dat beide perspectieven moreel legitiem zijn en dat er geen eenduidig ‘juist’ antwoord bestaat. De ethische opgave ligt niet in het kiezen voor één waarheid, maar in het zorgvuldig navigeren door deze spanning.

 

Ook in momenten van falen toont zich deze manier van betekenisgeven. Na een mislukte innovatie luidt de reactie niet “We hadden beter moeten plannen”, maar “Welke aannames lagen aan ons denken ten grondslag?” Falen wordt zo een venster op de grenzen van het eigen denkkader, in plaats van een bedreiging voor het zelfbeeld.

 

Toch is deze groei geen rimpelloos proces. De overgang naar dit stadium voelt vaak niet als een overwinning, maar als een verlies van grond onder de voeten. Voor een leider die zijn succes altijd heeft ontleend aan zijn visie en daadkracht (self-authoring), is het loslaten van dat ‘vaste weten’ een existentiële crisis. Men kan zich plotseling incompetent of stuurloos voelen. Bovendien kent dit stadium een schaduwzijde: het risico dat het denken te abstract wordt, dat besluitvorming vertraagt door een overdaad aan perspectieven, of dat de omgeving – die snelle antwoorden verlangt – de leider als vaag of besluiteloos ervaart.

 

In mijn coachingspraktijk richt het werk zich daarom niet op het aanleren van vaardigheden, maar op het ondersteunen van een steeds vrijere relatie tot de eigen overtuigingen. Coaching fungeert hier als een ‘holding environment’: een bedding die stevig genoeg is om de leider vast te houden terwijl de vertrouwde zekerheden wegvallen, maar die ook scherp genoeg is om de leider uit te dagen niet weg te vluchten in abstracties of relativisme. Het doel is het integreren van cognitieve complexiteit met praktische daadkracht. De coaching biedt de 'ruimte' waarin leiders leren bewust te kiezen welk perspectief op welk moment het meest dienstbaar is aan het grotere geheel, en de verantwoordelijkheid te dragen voor hun handelen, juist wanneer elke vorm van zekerheid ontbreekt.

 

Inzicht in deze stadia is een begin, maar ontwikkeling is geen passief proces dat ons overkomt. Het vraagt om een bewuste beoefening in de weerbarstigheid van de dagelijkse praktijk.

Praktische handvatten voor ontwikkeling
De vraag die nu waarschijnlijk opkomt is: hoe stimuleer je je eigen ontwikkeling? Het antwoord is eenvoudig noch complex: het vraagt om een combinatie van bewustzijn, oefening en moed.

 

Voor leiders met een socialised form of mind gaat het om het ontwikkelen van een eigen stem. Vraag jezelf regelmatig af: wat zou ik beslissen als niemand zou kijken? Oefen met het uitspreken van een mening die afwijkt van de consensus, niet om tegendraads te zijn, maar om te ervaren hoe het voelt om naast de groep te staan. Houd een waardenlogboek bij waarin je je eigen kernwaarden vastlegt en evalueert. Zoek een sparringpartner die je uitdaagt om je eigen stem te vinden en die niet vertelt wat je moet doen, maar helpt ontdekken wat je wilt.

 

Voor leiders met een self-authoring form of mind ligt de uitdaging in het verbreden van hun perspectief. Omring jezelf bewust met mensen die fundamenteel anders denken dan jij. Niet om hen te overtuigen, maar om werkelijk te leren van hun zienswijze. Experimenteer met perspectiefwisseling: verdedig oprecht een standpunt dat tegengesteld is aan je eigen overtuiging om de legitimiteit van het afwijkende perspectief te ervaren. Onderzoek de grenzen van je eigen zienswijze: wat zie ik misschien over het hoofd? Welke aannames liggen ten grondslag aan mijn denken? Stimuleer dialoog in plaats van discussie en zoek naar de waarde in ogenschijnlijk onverenigbare standpunten.

 

Voor leiders die richting een self-transforming form of mind bewegen, gaat het om het omarmen van complexiteit zonder erin te verdwalen. Werk met paradoxen en polariteiten in plaats van dilemma’s proberen op te lossen. Creëer ‘brave spaces’ (moedige ruimtes) waar je tolerantie leert voor andere ideeën die je iets kunnen leren wat je zelf niet had gezien of niet kon zien. Ontwikkel een praktijk van reflectie en zelfobservatie om met onzekerheid en ambiguïteit om te gaan. Fungeer als mentor voor anderen. Doe dit om je eigen inzichten te verdiepen door ze te verwoorden en (te laten) bevragen, niet om je wijsheid te delen

Multiperspectiviteit als sleutel tot toekomstbestendig leiderschap
Leiderschapsontwikkeling is een reis die beweegt van externe validatie via interne navigatie naar een flexibiliteit die alle kaders kan omvatten. Het is geen lineair proces met een eindbestemming, maar een ontwikkeling waarin elke fase voortbouwt op de vorige en haar eigen waarde behoudt. De socialised mind blijft in je bestaan, ook als je doorgroeit naar self-authoring of self-transforming. Als matroesjkapoppetjes zitten ze allemaal in je.

 

En hoewel het misschien nog steeds leest als een mogelijkheid, als iets wat kan worden belegd bij Learning & Development, kunnen leiders die zichzelf serieus nemen en die serieus genomen willen worden niet om deze ontwikkeling heen. We zitten middenin een werkelijkheid waarin de complexiteit van vraagstukken — klimaat, geopolitiek, technologie, sociale cohesie — schreeuwen om leiders die verder kunnen kijken dan hun eigen belang en directe omgeving. Leiders die patronen zien, verschillen overbruggen en grenzen slechten. Die zélf denken in plaats van vast te houden aan wat altijd heeft gewerkt.

 

Wat deze ontwikkeling zo krachtig maakt, is dat zij niet alleen de slagvaardigheid van leiders vergroot, maar ook hun vermogen om bij te dragen aan het grotere geheel. In een wereld die wordt gekenmerkt door toenemende complexiteit, polarisatie en systemische uitdagingen is multiperspectiviteit niet slechts een waardevolle eigenschap, maar een weg vooruit.

 

De capaciteit om bruggen te bouwen tussen verschillende werelden, om schijnbare tegenstellingen te dragen en te integreren, en om transformatie mogelijk te maken die zowel diepgaand als inclusief is, raakt aan wat onze tijd van ons vraagt. Niet het vermogen om sneller of harder te sturen, maar om met meer bewustzijn te navigeren. Niet het zoeken naar één juiste waarheid, maar het kunnen leven met meerdere, soms ongemakkelijke waarheden tegelijk.

 

Daarin verschuift ook onze opvatting van volwassenheid. Wijsheid ligt niet langer in zekerheid of consistentie alleen, maar in het vermogen om onze eigen overtuigingen te zien als voorlopige constructies — dienstbaar zolang ze werken, loslaatbaar wanneer ze tekortschieten. Het vraagt om een vorm van innerlijke beweeglijkheid die ruimte laat voor twijfel zonder richting te verliezen, en voor betrokkenheid zonder te verharden in gelijk.

 

Misschien begint die ontwikkeling wel op het moment dat we bereid zijn onze zekerheden niet langer te verwarren met waarheid. Dat we onze overtuigingen niet opgeven, maar ze minder absoluut maken. Om, in de geest van Montaigne, onszelf die ene eenvoudige, ontregelende vraag te blijven stellen: “Que sais-je?”. Wat wéét ik eigenlijk?

Lees hier over transformatieve coaching en waarom dit juist nú belangrijk is.

[1] Het woord ‘leider(s)’ wordt te pas en te onpas gebruikt. Liefst vermijd ik het, maar soms ontkom je er niet aan omdat het alternatief te lang is, zoals ook nu. In dit essay bedoel ik met leiders ‘mensen en teams met een formele leidinggevende functie’.

[2] Robert Kegans adult-developmenttheorie bouwt voort op Piagets cognitieve ontwikkelingstheorie, maar richt zich op de manier waarop volwassenen betekenis geven aan hun ervaringen. De wetenschappelijke basis is vooral kwalitatief; grootschalige kwantitatieve studies ontbreken grotendeels, wat ook een veelgehoord kritiekpunt is. Andere bezwaren zijn de rigide stadia-indeling — ontwikkeling verloopt zelden lineair en wordt beïnvloed door context en ervaring — en de nadruk op cognitieve groei, waardoor emotionele en sociale factoren minder aandacht krijgen. Toch biedt de theorie een waardevol raamwerk voor transformatieve coaching, mits flexibel toegepast. Het kan helpen bij complexe denk- en gedragsveranderingen, zonder individuen in vaste stadia te plaatsen. Door het model als dynamisch groeiproces te benaderen, kan het effectief ondersteunen in persoonlijke en professionele ontwikkeling.

[3] The Evolving Self: Problem and Process in Human Development (Harvard University Press, 1982) en In Over Our Heads: The Mental Demands of Modern Life, beide door Robert Kegan (Harvard University Press, 1994)

[4] Changing on the Job: Developing Leaders for a Complex World, Jennifer Garvey Berger (Stanford University Press, 2013)

[5] De eerste twee ontwikkelingsstadia laat ik buiten beschouwing, omdat de meesten van ons deze ongemerkt doorlopen: de eerste (de impulsive of magical form of mind) als jonge kinderen en de tweede (de self-sovereign form of mind) vanaf ons zevende levensjaar tot en met onze tienerjaren.

bottom of page